Zwangerschapsbegeleiding

Het begint met voelen en bewegen

Als je een kindje verwacht, kijk je uit naar het moment, dat je het voor het eerst voelt bewegen. Je hebt daarvoor al gemerkt, dat je lichamelijk en emotioneel aan het veranderen bent.

Er ontwikkelt zich een zelfstandig levend mens in je dat je dan voor het eerst voelt; dat is pas echt zwanger zijn. Het kind voelt het bewegen van moeders lichaam, het kloppen van haar hart en geborrel van de darmen. Voelen en bewegen is de taal van het ongeboren kind. Met behulp van deze taal kan je als ouders al vroeg echt in contact komen met je kindje. Nog zonder dat jullie elkaar zien.

Contact

Haptonomische zwangerschapsbegeleiding gaat uit van deze taal van voelen en bewegen. Op een liefdevolle hand, die met aandacht en warmte de buik van moeder aanraakt, zal het kindje reageren. Het zal zich nestelen in een uitnodigende hand en zich vertrouwd en welkom voelen. Het is het begin van hechting.

Samen

Het is belangrijk om je partner er vroeg bij te betrekken. Daardoor beleef je de zwangerschap beiden. Als je samen je kindje voelt reageren, ben je samen verwonderd over dit nieuwe leven. De zwangerschap brengt allerlei veranderingen met zich mee. Ook in de relatie van de partners onderling zullen nieuwe ontwikkelingen merkbaar zijn. De begeleiding richt zich ook op deze veranderingen.

Dragen

Je kindje zal steeds meer ruimte gaan vragen en steeds meer ruimte gaan innemen in je lichaam. Je leert omgaan met de last en pijn die je als moeder soms bij het dragen van het kindje zal ervaren. Je kan ontdekken hoe je je kindje in het midden van je lijf kan dragen. Je kindje zal zich daar het meest prettig voelen en zelf heb je minder last van lichamelijke klachten als rugpijn, kortademigheid, bekkenpijn en harde buiken.

Bevalling en geboorte

Dan volgt de voorbereiding op een zo natuurlijk mogelijke bevalling. Ook hier gaan we uit van het contact tussen ouder en kindje. Zo kijken we naar de houdingen en bewegingen van de moeder en de ondersteunende rol die de vader kan vervullen. Belangrijk is dat de moeder haar eigen kracht leert kennen en daarop leert vertrouwen. Het leren omgaan met de (pijn bij) weeën hoort daarbij.

Na de geboorte

Na de geboorte gaat de begeleiding verder. We kijken terug naar de bevalling en gaan in op vragen als: Hoe ervaren jullie de gezinsuitbreiding? Hoe is de lichamelijke gesteldheid van de moeder? Hoe raak je het kindje aan, hoe til je het en hoe draag je het? In de begeleiding is steeds het onderlinge contact wezenlijk en wordt de onderlinge band bevestigd.

Extra begeleiding

Haptotherapeutische begeleiding bij angst voor de bevalling. Ook bestaat de mogelijkheid voor extra begeleiding of ondersteuning van moeder en/of baby na de geboorte (bijvoorbeeld bij post-natale depressie of een huilbaby). Ook bij problemen als ‘een leeg gevoel in de buik’, onverwerkte miskramen en bij het – niet in verwachting raken – kan hulp worden geboden.

Praktische invulling

We gaan uit van vijf ontmoetingen (van ongeveer. 1 uur) voor de bevalling en één erna. We werken niet in een groep; jij en je partner komen samen. De eerste ontmoeting vindt meestal plaats tussen de 20e en 24e week van de zwangerschap als de moeder de bewegingen van het kindje goed voelt. De laatste vindt plaats ca. 6-8 weken na de bevalling. Afhankelijk van jullie behoefte kunnen we het aantal begeleidingen uitbreiden.

Wetenschappelijk onderzoek

De praktijk doet mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar angst voor de bevalling bij zwangeren. Klik hier voor meer informatie.